TV-Productie (TV Programming)

Oproep: 
EACEA/25/2018 (voor 2019)
Deadline(s): 
  • 18 december 2018
  • 28 mei 2019

Doelstelling?

Met deze subsidiemaatregel wil de Europese Commissie de onafhankelijkheid van Europese producenten versterken t.o.v. de omroepen, door subsidies te verlenen aan de productie van sterke en competitieve Europese tv-content met een breed internationaal circulatiepotentieel. De focus ligt op een innovatieve financiering, Europese en internationale coproducties (zowel met als tussen omroepen).

Welk projecten komen in aanmerking?

De aanvrager kan een subsidieaanvraag indienen voor de productie van een project dat in de eerste plaats bedoeld is voor exploitatie via televisie.

Type projecten die in aanmerking komen:

  • Fictie/dramaprojecten (totale duur van minimaal 90 minuten) zowel in one-off als in serieformaat. Voor dramaseries komen ook vervolgseries of tweede en derde seizoenen in aanmerking. Vierde en vijfde seizoen komen niet meer in aanmerking.
  • Animatieprojecten (totale duur van minimaal 24 minuten) zowel in one-off als in serieformaat.
  • Creatieve documentaires (totale duur van minimaal 50 minuten), zowel in one-off als in serieformaat.

->In het geval van een serieformaat, moet de serie één gezamenlijke marketingstrategie hebben en dusdanig als één serie worden ingediend. Afzonderlijke afleveringen van een serie kunnen niet in een aparte aanvraag behandeld worden.

Belangrijkste vereisten:

  • Het werk dient gemaakt te worden met een significante deelname van professionals uit de deelnemende landen van het Media-programma.
  • De aanvraag moet uiterlijk op de eerste draaidag worden ingediend. Voor animatieprojecten is dit op de startdag van de animatie.
  • De maximumduur van het project is 24 maanden of in het geval van een serie (met min. 2 afleveringen) 36 maanden.
  • Er moeten minimaal 3 omroepen (en bij voorkeur meer) (zowel lineaire als on-demand/non-lineaire dienstverleners) uit 3 verschillende Media-landen betrokken zijn bij het project (in de vorm van presale of coproductie). Deze betrokkenheid dient bewezen te worden d.m.v. een contract of LOC met duidelijke vermelding van licentiebedrag en licentieperiode. In het geval van een coproductie met een omroep, moet de omroep de minoritaire coproducent zijn en mag zijn bijdrage niet meer dan 70% van de totale productiefinanciering zijn.
  • De exploitatierechten die aan de omroepen in licentie worden gegeven, moeten terugkeren naar de producent na een maximumperiode van 7 jaar (pre-sale) of 10 jaar (coproductie).
  • Let op, de volgende projecten komen niet in aanmerking:
    • projecten die reeds subsidie ontvingen van het Eurimages-fonds;
    • projecten die reeds volledig gefinancierd zijn;
    • projecten die in de eerste plaats bedoeld zijn voor cinemadistributie. Voor fictie- en animatiefilm is een cinemarelease na de eerste tv-uitzending toegelaten (met uitz. voor films uit UK, DE, IT, ES). Voor documentairefilms is een cinemarelease voor de eerste tv-uitzending toegelaten indien de productie daadwerkelijk in de eerste plaats bedoeld is voor tv.
  • Minstens 50% (en bij voorkeur meer) van de totale productiefinanciering dient verzekerd te zijn door financiering van derden (omroepen, distributeurs, fondsen, tax shelter, coproducties) op het moment van indienen, aan te tonen met een LOC of deal-memo. De eigen investering van de producent wordt niet beschouwd als financiering van derden.
  • Het productiebudget moet daarnaast ook voor minstens 50% gefinancierd worden vanuit deelnemende landen van het Media-programma.
  • Indien het project reeds een ISAN- of EIDR-nummer heeft, dient deze vermeld te worden in de aanvraag. In elk geval dienen alle projecten die geselecteerd worden voor steun binnen deze subsidiemaatregel zulk nummer te hebben voor het einde van de actieperiode.
  • Voor projecten die minimaal een subsidie van 300.000 euro (en/of een subsidie gelijk aan 10% of meer van het subisideerbare budget) ontvangen, dient "with the support of Creative Europe – MEDIA Programme of the European Union" vermeld te worden in de begin-en slotgeneriek van het werk. 

 

Wie komt in aanmerking?

  • Europese onafhankelijke audiovisuele productiehuizen uit één van de deelnemende landen van het subprogramma Media.
    • Een productiehuis is Europees als de meerderheid van de aandelen in Europese handen is en het bedrijf ook in Europa is gevestigd. 
    • Met onafhankelijk wordt bedoeld dat een omroep geen meerderheidszeggenschap heeft (maximum 25% van het gedeelde kapitaal van het productiehuis mag in bezit van één omroep en maximaal 50% in het geval van meerdere omroepen).
    • Met audiovisueel wordt verwezen naar de hoofdactiveiten van het productiehuis (statuten).
  • De aanvrager dient de majoritaire producent van het werk te zijn, in termen van rechten. In het geval van een 50-50 coproductie, dient de aanvrager delegate producer te zijn.

 

Subsidiebedrag

  • Het totale beschikbare budget voor 2019 bedraagt 13,5 miljoen euro (1 miljoen euro meer dan voor 2018)
  • Voor een drama- en animatieproject bedraagt de toegekende subsidie maximum 500.000 euro of 12,50% van de totale subsidieerbare kosten indien dit een lager bedrag is. 
  • Voor een documentaireproject bedraagt de toegekende subsidie maximum 300.000 euro of 20% van de totale subsidieerbare kosten indien dit een lager bedrag is.
  • Uitzondering: Voor het eerste of tweede seizoen van een tv-dramaserie met een subsidieerbaar totaalbudget van minstens 10 miljoen euro kan men een maximale subsidie aanvragen van 1 miljoen euro (of 10% van de totale subsidieerbare kosten, indien dit een lager bedrag is). Dit is op voorwaarde dat de serie een totaal productiebudget heeft van minstens 10.000.000 euro, dat het een coproductie is tussen minstens 2 productiehuizen uit 2 verschillende Media-landen en bestaat uit minstens 6 afleveringen. 
  • Opgelet: het Uitvoerend Agentschap behoudt het recht om de gevraagde subsidie te verlagen afhankelijk van het beschikbare budget, in het bijzonder wanneer 1 miljoen euro werd aangevraagd voor een tweede seizoen van een reeds bestaande dramaserie. 

 

Wijzigingen tegenover de vorige oproep

  • De subsidiabele periode start op de datum van de MEDIA-overeenkomst. Echter, de subsidiabele periode kan ingaan op de datum van indiening wanneer dit gerechtvaardigd wordt en in de e-forms wordt gevraagd.

  • De maximale duur van een project mag 24 maanden zijn (of 36 maanden in het geval van meer dan twee afleveringen).

  • De definitie van broadcasting company is aangepast om te verduidelijken dat de term ook on-demand diensten omvat.
     
  • De selectiecriteria zijn aangepast:
    • Het maximaal aantal punten voor het criterium 'kwaliteit van de inhoud en activiteiten' is nu 55 punten (voorheen 45 punten).
    • Het aantal punten voor 'verspreiding van de projectresultaten' is nu 20 punten (voorheen 30 punten).
    • Het criterium 'kwaliteit van de inhoud en activiteiten" is nu opgedeeld in 5 subcategorieën. Ook het aantal punten is gewijzigd:
      • Artistieke kwaliteit van het project: maximaal 15 punten (voorheen maximaal 10 punten);
      • Kwaliteit van de distributiestrategie: maximaal 10 punten;
      • Kwaliteit van de promotie- en marketingstrategie: maximaal 10 punten.
    • Het criterium 'Verspreiding van projectresultaten' weegt nu maximaal 20 punten.
       
  • Er is geen onderscheid tussen de categorie 'minimaal 3 omroepen' en 'meer dan 3 omroepen'.
  • Het totale beschikbare budget is vermeerderd met 1 miljoen euro. Dus in totaal voor de 2 deadlines samen is er 13,5 miljoen euro.

Ingediende projecten worden beoordeeld en geselecteerd door onafhankelijke experten op basis van de volgende 4 criteria. In totaal worden er maximaal 100 punten toegekend voor:

1. Relevantie en de Europese meerwaarde (20 punten): Europese dimensie van de financiering van het project, gebaseerd op:

  • Europese dimensie van financiering: percentage van de niet-nationale financiering, strategieën van de producent om de financiering te bereiken, originaliteit en innovatie van de financieringsstructuur: 0-15 punten
  • Europese coproductie: mate van samenwerking op creatieve aspecten, mate van samenwerking tussen landen met verschillende marktgroottes, verdeling van de subsidie tussen de coproducenten: 0-5 punten
     

2. Kwaliteit van de inhoud en activiteiten (55 punten): Kwaliteit van het project en de kwaliteit van de distributie-, marketing- en promotiestrategieën, gebaseerd op:

  • artistieke kwaliteit van het project: innovatie, originaliteit en kwaliteit van het onderwerp/format/treatment, kwaliteit van de pitch/trailer, voor tweede en derde seizoenen van series: kwaliteit van de nieuwe ontwikkelingen in de verhalen en personages: 0-15 punten (5 extra punten tgo 2018)
  • kwaliteit van de financiering van het project: haalbaarheid van het project, coherentie tussen het budget en de financiering: 0-5 punten 
  • Kwaliteit van de betrokkenheid van de distributeur: ervaring en track record van de distributeur die betrokken is bij soortgelijke projecten, financiële betrokkenheid en risico genomen door de distributeur (MG), indien van toepassing wanneer het productiehuis als distributeur optreedt: ervaring en track record van de producent als distributeur: 0-15 punten
  • kwaliteit van de distributiestrategie: is de distributiestrategie coherent en relevant? Zijn de inschattingen van de sales coherent? 0-10 punten
  • kwaliteit van de promotie- en marketingstrategie: Presenteert het project innovatieve promotiestrategieën, inclusief strategieën die in samenwerking met de omroepen zijn ontwikkeld, om het project te promoten bij het publiek? 0 - 10 punten

 

3. Verspreiding van de projectresultaten (0 -20 punten): Evaluatie van de betrokkenheid van de omroep en het potentieel voor internationale verspreiding, via zowel lineaire als niet-lineaire diensten. Zie officiële richtlijnen

  • de scores zijn gebaseerd op de origine van de werken:
    • werken uit Frankrijk, Duitsland, Italië, VK en Spanje: 1- 20 punten
    • werken uit Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Ierland, Noorwegen, Nederland, Polen, Zweden en Zwitserland: 5 - 20 punten
    • werken uit Albanië, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tjechië, Estland, FYROM, Griekenland, Hongarije, Ijsland, Letland, Lithouwen, Luxemburg, Malta, Montenegro, Portugal, Roemenië, Servië, Slovakije, Slovenië: 10 - 20 punten
  • Dit criterium houdt ook rekening met:
    • de financiële betrokkenheid van de omroepen (sterke financiële betrokkenheid verhoogt de score)
    • de geografische en taalkundige diversiteit van de betrokken omroepen
    • de betrokkenheid van de omroepen (contracten, LOC's, LOI's)
    • het potentiële publieksbereik

 

4. Organisatie van het projectteam (5 punten)track record van de producent en het creatieve team in functie van het project: track record van de internationale distributie van de producent/productiehuis, track record van de regisseur en belangrijke actoren van het creatieve team (scenarist, regisseur, animatieteam etc.)

Een gedetailleerd overzicht en de puntenverdeling per criteria vind je in de Officiële Richtlijnen

Bovenop de 100 punten kunnen er nog extra (automatische) punten toegekend voor :

  • Productiehuizen die gevestigd zijn in een land met een lage of medium productiecapaciteit (waaronder België) krijgen 5 extra punten.*
  • Projecten die zijn gericht op een jong publiek (t/m 16 jaar) krijgen 5 extra punten.
     

*Productiecapaciteit:

  • Landen met een lage productiecapaciteit: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Estland, Griekenland, Hongarijë, Ijsland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Montenegro, Portugal, Roemanië, Slovakije, Slovenië en FYROM (Macedonië)
  • Landen met een medium productiecapaciteit: Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Ierland, Noorwegen, Nederland, Polen, Zweden en Zwitserland zijn landen met een medium productiecapaciteit
  • Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en de UK zijn landen met een hoge productiecapaciteit en krijgen geen extra automatische punten.

Eerst registreren

Bekijk de video.

Om een projectvoorstel te kunnen indienen, moet je je organisatie eerst registreren. De registratieprocedure verloopt als volgt:

  1. Registreer jezelf als natuurlijk persoon in de Europese Commissie Authentication Service (ECAS).
  2. Na registratie kun je inloggen op de Participant Portal van de Europese Commissie met je ECAS-gegevens en kun je jouw organisatie registreren via de Unique Registration Facility (URF) voor het verkrijgen van de PI-Code (Persoonlijke Identificatie Code). Dit 9-cijferig referentienummer moet je invoeren wanneer je het elektronische aanvraagformulier (eForm) activeert. Houd er rekening mee dat je het BTW-nummer en ondernemingsnummer van je organisatie bij de hand hebt, voordat je met de registratie begint. Raadpleeg de gids van de Europese Commissie voor begeleiding van de registratie op de portal.
     

Aanvraag indienen

  • Na de registratie kan je het officiële elektronische aanvraagformulier (eForm) downloaden, invullen en indienen bij het Uitvoerend Agentschap (EACEA). Lees voor het invullen van het eForm ook de handleiding.
  • De deadline voor de online aanvraag is om 12u00 's middags. Wacht niet tot het laatste moment, na 12u00 worden er geen aanvragen meer in behandeling genomen.
  • Alle bewijsstukken van financiering, coproductie en contracten moeten worden toegevoegd aan de bijlagen in de eForm op dezelfde dag voor de deadline. Er dient na indiening geen paper package meer opgestuurd te worden.
  • Mocht je problemen ondervinden met het eForm, neem dan contact op met de helpdesk, telefoon +32 2 299 0705 of via de mail: eacea-helpdesk@ec.europa.eu. Uiteraard kun je ook terecht voor hulp en advies bij Joyce Palmers (fictie, drama en documentaire) of Delphine Dumon (animatie) van de Media Desk Vlaanderen.
  • Voor specieke inhoudelijke vragen kun je ook contact opnemen met EACEA: EACEA-MEDIA-TV@europa.eu

Downloads

Je kunt de volgende documenten downloaden van de website van EACEA:

 

Vragen?

Wil je begeleiding bij je subsidieaanvraag?

Wij bieden op-maat-gemaakt advies en organiseren geregeld kostenloze infosessies en workshops. Contacteer Joyce Palmers of Delphine Dumon van de Media Desk Vlaanderen.

Selectieresultaten van voorgaande oproepen

Welke TV-producenten kregen subsidie voor een televisieproject (fictie, animatie, documentaire) bij voorgaande oproepen?

Brochures

 

Flemish Government Footer

Close
Verwijder filter